Van een doorgaande (leer)lijn wordt gesproken als de manier van werken en het inhoudelijke aanbod van de voorschoolse voorziening (kinderopvang) en de vroegschoolse voorziening (basisonderwijs) op elkaar aansluiten. De doorgaande lijn kan het beste gezien worden als een continuüm. De aansluiting is er in meer of mindere mate en kan altijd verder worden doorontwikkeld. Voor kinderen uit de doelgroep van voor- en vroegschoolse educatie kan de overgang naar school een extra uitdagend moment zijn, bijvoorbeeld vanwege anderstaligheid, cultuurverschillen, laaggeletterdheid bij ouders of armoede en stress in het gezin. Vve- kinderen en ouders vormen daarmee een wat kwetsbaardere groep die bij overstap wat meer bij de hand genomen moeten worden.
De doorgaande lijn is iets wat veelal op locatieniveau gebeurt: het gaat om organisaties en professionals die elkaar weten te vinden en hun werkwijze op elkaar afstemmen. Maar ook op gemeentelijk niveau is het belangrijk om met de doorgaande lijn aan de slag te gaan. Gemeenten hebben hierin bovendien een wettelijke verplichting: zij zijn verplicht om met kinderopvang en onderwijs afspraken te maken over de organisatie van de doorgaande lijn. Het 'hoe’ van de doorgaande lijn is echter niet wettelijk vastgesteld. Er zijn geen landelijke minimumeisen waaraan de organisatie van de doorgaande lijn moet voldoen.
Gemeenten hebben als 'regisseur’ een belangrijke rol in het samenbrengen van partners en het maken van lokale afspraken. In de meerderheid van de gemeenten worden in dit kader afspraken gemaakt over de overdracht van vve-kinderen van kinderopvang naar basisschool. Er wordt dan afgesproken om vve-kinderen niet alleen schriftelijk (‘koud’), maar ook via persoonlijk contact (‘warm’) over te dragen. Veel gemeenten hebben daarvoor een protocol met afspraken en een uniform gemeentelijk overdrachtsformulier ontwikkeld.
Een deel van de gemeenten gaat verder. Zij stellen bijvoorbeeld een gezamenlijke visie op of maken afspraken over andere aspecten van de doorgaande lijn, zoals het pedagogische en educatieve aanbod of zorg en begeleiding.
De doorgaande lijn kan op verschillende manieren vorm krijgen. Denk aan het maken van afspraken over de warme overdracht, het aanbieden van wenmomenten, het afstemmen van thema’s en programma’s, het volgen van gezamenlijke scholing en het organiseren van peuter-kleutergroepen. De gemeente kan hierin een bijdrage leveren door bijvoorbeeld het initiëren van gezamenlijke professionalisering voor- en vroegschools, het aanstellen van een vve-coördinator of het (laten) ontwikkelen van een gemeentelijk overdrachtsdocument.
Lees veel voorbeelden uit andere gemeenten in de handreiking Doorgaande lijn van voor- naar vroegschool.
