0- tot 2-jarigen

Doelgroepkinderen kunnen vanaf de leeftijd van 2 à 2,5 jaar deelnemen aan voorschoolse educatie. Onderzoek wijst uit dat ook de periode daarvoor, de eerste duizend dagen van een kind, cruciaal zijn voor de ontwikkeling. Door gezinnen in deze periode passende ondersteuning te bieden, kunnen ontwikkelingsachterstanden vroegtijdig worden voorkomen of beperkt. Dit vergroot de kans op een gezonde en kansrijke ontwikkeling en kan de behoefte aan intensievere ondersteuning op latere leeftijd verminderen. Daarom is aandacht voor de 0- tot 2-jarigen vanuit het onderwijsachterstandenbeleid zeer relevant.

Wat moet

In het GOAB zijn er geen verplichtingen voor een aanbod voor baby’s en dreumesen. Niet voor gemeenten en niet voor ve-aanbieders. Een gemeente mag wel vanuit de GOAB-middelen voor 0- tot 2-jarige kinderen activiteiten of programma’s bekostigen, op voorwaarde dat ze in elk geval voldoende ve-plekken voor 2,5- tot 4-jarige doelgroeppeuters heeft gerealiseerd én er een relatie is met het voorkomen of bestrijden van onderwijsachterstanden.

Gemeenten zijn wettelijk verplicht de indicering en toeleiding naar voorschoolse educatie te organiseren. Deze vindt vaak plaats gedurende de eerste twee levensjaren. In vrijwel elke gemeente is de jeugdgezondheidszorg (JGZ) verantwoordelijk voor de indicatie en toeleiding naar de voorschool. Soms werken zij samen met andere partijen, zoals ve-aanbieders en welzijnsinstellingen.

Weten wat werkt

De eerste duizend dagen

De eerste duizend dagen van een kind zijn cruciaal voor de verdere ontwikkeling. Als een kind een minder goede start heeft, kan dit op latere leeftijd leiden tot problemen in de fysieke en mentale, maar ook de sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling. Vaak spelen, naast de genetische aanleg, gezondheid en leefstijl van de ouders, ook sociale factoren een belangrijke rol bij een minder goede start. Denk aan armoede, een slechte leefomgeving, eenzaamheid en een zwak sociaal vangnet. Voor het investeren in een goede start is het daarom cruciaal een lokaal en regionaal domeinoverstijgende aanpak te ontwikkelen. Hier lees je meer over het belang van de eerste duizend dagen en het programma Kansrijke start.

Ouders zijn de sleutel

Een interventie gericht op ouders kan in deze leeftijdsgroep veel opleveren. Veel ouders van kinderen van 0 tot 2 jaar vinden hun kind nog te jong voor een intensief groepsprogramma. Het uitnodigen van ouders samen met hun kind voor een programma kan hiervoor een passende oplossing bieden. Een bijkomend voordeel is dat groepsinterventies voor ouders vaak ook leiden tot positieve effecten op de opvoedingsvaardigheden en de sociale relaties met andere ouders.

Hoe doen anderen het?

Hieronder geven we een aantal voorbeelden van inzet voor 0-2-jarigen uit andere gemeenten.

Breda

In de gemeente Breda indiceert de jeugdgezondheidszorg kinderen voor het gemeentelijk ve-aanbod vanaf 0 jaar, op basis van de thuissituatie (o.a. opleidingsniveau ouders en of er sprake is van armoede). De gemeente biedt deze ouders aanbod aan in de thuissituatie en in centrumvoorzieningen. Ook is er extra tijd tijdens de consulten met jeugdgezondheidszorg voor gesprekken met ouders. Indien nodig wordt later een aanvullende indicatie afgegeven voor de voorschool. Ouderparticipatie wordt verwacht bij deelname aan vve, bijvoorbeeld door deelname aan gezinsprogramma’s zoals de VoorleesExpress. Daarnaast biedt Breda via Surplus het project Spel aan huis, dat zich richt op het stimuleren van educatief spel van ouders met dreumes, peuter of kleuter. Bij Spel aan huis komt een spelbegeleidster thuis met leuk en leerzaam spelmateriaal. Spel aan Huis is er voor gezinnen van 2 tot 4 jaar in Etten-Leur en in Breda van 1,5 tot 4 jaar.

Utrecht

De gemeente Utrecht biedt gerichte en actieve vroegstimulering aan voor doelgroepkinderen in de periode na het afgeven van de ve-indicatie door de jeugdgezondheidszorg (bij de leeftijd van 1,5 jaar) en de daadwerkelijke plaatsing en start van ve (2,5 jaar). De aanpak Taalplezier van 0 tot 4 – Taal Doet Meer is gericht op ouders van kinderen van deze leeftijd. Taalplezier bestaat op dit moment uit twee verschillende trajecten: ouder-kind groepen en Taalplezierthuisgroepen. Tijdens het 18 maanden consult worden zowel de ve-indicatie als de mogelijkheden van Taalplezier besproken met ouders. Op deze manier proberen professionals en ouders in Utrecht samen de taalontwikkeling van kinderen zo vroeg mogelijk te stimuleren.

Arnhem

In de gemeente Arnhem bieden ze het programma De Speelmorgen - Rijnstad aan. Dit is een groepsprogramma dat kinderen van 10 maanden tot twee jaar en hun ouders wekelijks een dagdeel kunnen volgen. De doelgroep van dit programma is kansarme kinderen met een risico op een ontwikkelingsachterstand en hun ouders. Wanneer de jeugdgezondheidszorg, of een andere professional vermoedt dat een kind later mogelijk een vve-indicatie krijgt, worden de ouders doorverwezen naar De Speelmorgen. Het programma is zo opgezet dat het inhoudelijk aansluit op de vve-programma’s van de voorscholen.

Ve-programma’s vanaf 0 jaar

Ve-programma’s zoals de Piramidemethode en Uk & Puk 2.0,hebben hun methode uitgewerkt voor de allerjongsten.

De voorbeelden onder 'Hoe doen anderen het? staan uitgebreider beschreven in het Inspiratieboek voor baby’s en dreumesen. Hier vind je ook meer uitleg over het belang van OAB aanbod voor 0-2 jarigen, kansen voor een integraal beleid, de financiële voorwaarden en meer praktijkvoorbeelden- ervaringen en voorwaardes voor effectiviteit.

Ter inspiratie:

  • Het webinar Een kansrijke start voor baby’s en dreumesen
  • Kennisclip: Samenwerken aan een kansrijke start voor elk kind. Deze clip helpt gemeenten om jonge kinderen en hun ouders goed in beeld te krijgen én te houden. Daarnaast stimuleert de clip een geïntegreerde en doorgaande aanpak voor het jonge kind. In tien minuten informeren en inspireren we je over het belang van een kansrijke start. We laten zien hoe je als gemeente, samen met ketenpartners, domein overstijgend kunt werken om de kansen van elk jong kind te vergroten. Met voorbeelden van programma’s en initiatieven tonen we hoe je zo’n ketenaanpak rond het jonge kind succesvol vormgeeft.
  • Kennisclip GOAB Breed. In deze kennisclip laten we zien hoe gemeenten hun onderwijsachterstandenbeleid een extra impuls kunnen geven door samen te werken met andere beleidsterreinen en aan te sluiten bij (overheids)programma's.